Waren de kruisvaarders islamsceptici?

Mensen die geloven dat klimaatverandering niet door de mens wordt veroorzaakt en zich verzetten tegen klimaatbeleid, worden ‘klimaatsceptici’ genoemd. Donald Trump is een ‘klimaatscpeticus’. Het eerste dat hij in 2015 tijdens de race om het Witte Huis over klimaatverandering zei was: ‘Ja, maar ik wil hairspray kunnen gebruiken!’ Als we die valse start niet meerekenen – hij was in de war met het gat in de ozonlaag – dan was het: ‘Het is een hoax!’ 

Scepsis  (naar het Grieks, ’skeptikos’, bedachtzaam, onderzoekend) is gezond, leren we op school. Sceptici slikken niet alles voor zoete koek, benaderen alles met een gezonde dosis twijfel en staan open voor nieuwe feiten. De Nederlandse pressiegroep tegen pseudowetenschap en kwakzalverij heet Stichting Skepsis. (’Lid van de Europese Raad van Skeptische Organisaties.’)

Is ‘scepticus’ dan wel de juiste term voor politici die zich afzetten tegen klimaatbeleid? Geert Wilders en Thierry Baudet staan ook te boek als ‘klimaatsceptici’. Wilders: ‘Het is totale kolder’. Baudet: ‘Kap met die hysterie.’ Niet de taal van iemand die twijfelt. 

Wel slimme framing. Want door jezelf ‘sceptisch’ te noemen, degradeer je je tegenstander tot bijgelovige. Maar een scepticus weet níets zeker, ook niet of iets hysterie, een hoax of totale kolder is. Of een ‘samenzwering van loserige veganisten’, CDA-veteraan Henk Bleker zegt, ook als een ‘klimaatscepticus’.

De ‘scepticus’ zegt: overtuig mij met bewijzen. Maar als een klimaatscepticus een hoge stapel wetenschappelijke rapporten gepresenteerd krijgt, veegt hij die van tafel, haalt een zelf volgekrabbeld A4-tje tevoorschijn en zegt: nee, dít is de waarheid. Dat is niet iemand die openstaat voor nieuwe feiten, maar iemand die zich ervoor afsluít. Een bijgelovige. Wie zo iemand een ‘scepticus’ noemt, vergroot zijn geloofwaardigheid. Een scepticus kun je vertrouwen, die zal niet liegen, daar heeft hij geen belang bij. En iemand die ten strijde trekt tégen scepsis, dat is een zeloot die met dichtgestopte oren op ketters jaagt. Dood aan de twijfelaars! Het is een beetje alsof je de kruisvaarders ‘islamsceptici’ noemt.

Het zijn juist de ‘klimaatsceptici’ die zich vastklampen aan een overtuiging die niet door feiten wordt geschraagd. Je zou ze beter ‘klimaatontkenner’ kunnen noemen. Of ‘klimaatcynicus’, want wat zij eveneens vaak met elkaar gemeen hebben is dat zij de motieven van klimaatactivisten niet vertrouwen. Die worden niet gedreven door oprechte zorg voor de planeet, maar door ‘haat’ tegen de fossiele industrie, het kapitalisme of de babyboomers. Of door een ziekelijke bekeringsdrift. Greta Thunberg is een marionet in een cynisch machtsspel.

Je hebt ook nog ‘euroscepsis’. Hier zit het iets anders. Het Europese ideaal is een geloof, dus iemand die twijfels heeft bij dat ideaal kun je ‘euroscepticus’ noemen. Maar ook hier wordt die term meestal gebruikt voor mensen die juist helemaal geen twijfels hebben. Een onderzoek van Motivaction definieert ‘harde euroscepsis’ als: ‘principieel verzet tegen het bestaan en/of lidmaatschap van de Europese Unie’. Geert Wilders, Thierry Baudet, Boris Johnson, Jacob Rees Mogg – eurosceptici? Eurohaters, als je ’t mij vraagt. 

Het Belgische weekblad Knack verzamelde laatst ‘Eurosceptische uitspraken van Europese politici’. Jean Marie Le Pen: ‘De EU lijkt een beetje op het totalitaire communisme.’ Nigel Farrage: ‘Dit project zou wel eens de wedergeboorte van het nazisme kunnen veroorzaken.’ Het is duidelijk dat zij nog niet geheel overtuigd zijn van de merites van het Europese project.

Onthoud dus: als deelnemers aan het publieke debat ‘sceptisch’ genoemd worden, gaat het meestal om mensen die alles behalve sceptisch zijn. En is enige scepsis dus op zijn plaats.